Bij het Doppler-principe zendt de sensor een ultrasoon signaal de vloeistof in. Dit signaal kaatst terug tegen deeltjes of luchtbelletjes die met de stroming meebewegen. Doordat deze deeltjes in beweging zijn, verandert de frequentie van het teruggekaatste geluid ten opzichte van het uitgezonden geluid. Dit heet het Dopplereffect.
De grootte van deze frequentieverschuiving is direct gerelateerd aan de snelheid van de deeltjes, en daarmee aan de stroomsnelheid van het medium: hoe groter de verschuiving, hoe hoger de snelheid.
Doppler-flowmeters zijn er in uitvoeringen met één of twee sensoren. Bij één sensor zitten zender en ontvanger in dezelfde behuizing; bij twee sensoren verzendt de ene het signaal en ontvangt de andere. De techniek vereist voldoende reflecterende deeltjes of belletjes in het medium en is daarom niet geschikt voor volledig heldere vloeistoffen.
Doppler-flowmeters bereiken een nauwkeurigheid vanaf circa 2% van de actuele waarde, afhankelijk van het instrument en het moment van kalibratie. Het geschikte leidingdiameterbereik verschilt eveneens per model; raadpleeg de betreffende productpagina voor de exacte specificaties. Typische toepassingen zijn afvalwater, slurries en proceswater met luchtbelletjes.
Voorbeelden van onze Doppler-flowmeters zijn de UFM-55 (draagbaar) en de UFM-50 (vaste installatie).